13-06-07

Oliver Stone terug naar Vietnam

oliverstone1

Na Platoon (1986) en Born on the Fourth of July (1989) keert Oliver Stone terug naar de Vietnamese slagvelden. De 60-jarige regisseur gaat immers Pinkville maken over het bloedbad van My Lai tijdens de Vietnamoorlog. In deze strijd werden op 16 maart 1968 honderden ongewapende Vietnamese burgers — voornamelijk vrouwen en kinderen — vermoord door Amerikaanse soldaten.

 

Toen de feiten bekend raakten, veroorzaakte het Amerikaanse optreden in de Vietnamese velden wereldwijde protesten en daalde de Amerikaanse steun voor de oorlog zienderogen. Hoewel de naam My Lai waarschijnlijk niet echt bekend in de oren klinkt, werd één van de beroemdste foto's uit de wereldgeschiedenis gemaakt na afloop, namelijk die waarin een jonge Kim Phuc naakt door de straten rent getroffen door een napalmbom.

 


Wikipedia: Na het Tetoffensief van januari 1968 speelde de Amerikaanse inlichtingendienst informatie door waaruit bleek dat het 48e bataljon van de Vietcong zich schuilhield in het dorp My Lai, dat door de Amerikanen "Pinkville" werd genoemd. Het rapport meldde dat er zich geen vrouwen of kinderen meer in het dorp bevonden. Een kapitein gaf de soldaten de opdracht om de nederzetting en de oogst in brand te steken en alle Vietcong te doden, evenals eventueel vee. Op de ochtend van zestien maart trokken de vier compagnieën My Lai binnen. De psychologische oorlogsvoering die de Vietcong in het oerwoud met de Amerikanen had gespeeld, gecombineerd met de stellige overtuiging dat het dorp vol zat met guerrilla’s leidde ertoe dat toen de soldaten éénmaal begonnen waren met schieten men niet meer ophield totdat vrijwel alle dorpelingen dood waren. De meesten van hen — waaronder baby's en kinderen die nog niet zelfstandig konden lopen — werden in een greppel gegooid en vervolgens met automatische vuurwapens vermoord. Het bloedbad werd beëindigd toen een helikopter van het Amerikaanse leger tussen hun eigen troepen en de overgebleven Vietnamezen landde; het exacte aantal slachtoffers is nooit vastgesteld, maar het monument op de plek van het bloedbad draagt 504 namen. Slechts elf bewoners van My Lai overleefden het offensief. De drie soldaten die zich in de helikopter bevonden die de dorpelingen het leven redden kregen in 1998 alsnog een medaille toegekend voor hun actie.

Het incident werd onderzocht door een officier van de infanterie, die concludeerde dat 22 dorpelingen per ongeluk om het leven waren gekomen; het leger beweerde indertijd nog steeds dat My Lai een militair succes was geweest waarbij 128 Vietcong-guerrilla's waren gedood. In november 1968 schreef Tom Glen, een soldaat, een brief waarin hij een aantal divisies van het Amerikaanse leger beschuldigde van wreedheden ten opzichte van de Vietnamese burgers. Colin Powell, die later Minister van Buitenlandse Zaken zou worden onder George W. Bush, moest de zaak onderzoeken en weerlegde de klachten van de soldaat met de conclusie dat "de relatie tussen Amerikaanse soldaten en het Vietnamese volk uitstekend is". Het bloedbad van My Lai was nog steeds onbekend bij het grote publiek, totdat soldaat Ron Ridenhour dezelfde aantijgingen als Glen naar voren bracht in een brief die hij stuurde naar president Richard Nixon, het Pentagon, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en een groot aantal Congresleden. De meeste geadresseerden negeerden de brief, maar Mo Udall, een senator uit Arizona, ondernam actie. In september 1969 - twee maanden voor de inhoud van de brief openbaar werd gemaakt - werd kapitein William Calley beschuldigd van meervoudige moord en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Hij ging in hoger beroep bij zowel de militaire rechtbank als een beroepshof, waarna zijn straf werd omgezet in tien jaar. Na hiervan eenderde te hebben uitgezeten onder de vorm van huisarrest kwam hij in 1974 vrij. Vijfentwintig andere soldaten werden ook aangeklaagd, maar geen van hen werd schuldig bevonden.

Nadat de internationale gemeenschap op de hoogte was gesteld van de misdaden die in My Lai waren begaan, werd de vredesbeweging in met name de Verenigde Staten en Europa sterker, en het aantal dienstweigeraars nam sterk toe. De afkeer van de oorlogsmisdaden werd ook geprojecteerd op terugkerende soldaten, die het door hun posttraumatische stress-stoornis vaak sowieso al moeilijk hadden. In 1998 werd aan de drie soldaten die het My Lai-incident hadden gestopt geëerd met een medaille voor moed van het congres. Eén van de drie was al in april 1968 omgekomen, een ander stierf in januari 2006.


Sean Penn zal de hoofdrol voor zijn rekening nemen en ook voor hem is het niet de eerste keer dat hij deel uitmaakt van een Vietnamfilm. De acteur was in 1989 immers te zien in Casualties of War van Brian de Palma. Ook de 27-jarige Channing Tatum (Step Up, Havoc) is al aan de cast toegevoegd. United Artists en Paramount vochten de afgelopen dagen voor de rechten met Paramount als winnaar. Afgaande op de achtergrondinformatie lijkt dit een echte film voor Oliver Stone. Er is nog niks bekend over de start van de opnames of een mogelijke release datum.

 

*Archief:

Oliver Stone maakt 2e film over 9/11 (18/10/2006)

Trailer: World Trade Center

World Trade Center wordt geen politieke film (23/02/2006)

Iron Lady voor Oliver Stone? (3/12/2004)

Alexander is commerciële flop (29/11/2004)

Alexander onder vuur (22/11/2004)   

Alexander preview (5/10/2004)

De commentaren zijn gesloten.